Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

positie van den dichter en schrijver is reeds sinds lang niet meer, wat zij was in vorige eeuwen, waarin b.v. de groote Karei V, zich hoog geëerd voelde een briefje van Erasmus te ontvangen. Er is in de laatste tien jaren eene zoo groote menigte schrijvers opgestaan, zooveel tijdschriften en couranten zijn er verrezen, dat men zich afvraagt: vanwaar dat alles? Niet alléén de vermeerdering der bevolking in de verschillende landen, maar het schijnt, dat de langdurige vrede die er in Europa heerscht, voor een groot deel daaraan schuld is. De gemoederen moeten een uitweg hebben. De eer is een der hefboomen van menschelijk handelen, daarbij de behoefte aan invloed, aan macht, die verkregen wordt door het woord, verspreid in duizenden exemplaren.

Ik zou nog kunnen uitweiden over de roeping van onze taal, die zich meer leent voor het blijspel en het grotesk-boertige dan voor het meer ideëele genre. Brederode is eigenlijk een volmaakter dichter dan Vondel. Wat had die man niet kunnen worden, als hij tijd van leven had gehad!

Er is iemand geweest (was het Huet ?) die den Hollanders den raad gaf, hun taal op te geven en dan maar in hetFransch,DuitschofEngelschte gaan schrijven; die raadgever had wel eene ,,ahnung der waarheid, hoe dwaas die raad ook klinke, want men trekt zijn eigen taal zoo maar niet van zijn ziel, zooals men van overjas of demisaison verandert.

Zooals de heer Borel nu over de generatie van 80 geschreven heeft, had hij het niet moeten doen. Op

Sluiten