Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

analoog zijn aan die waarmede zij ontstaat op het doek van een schilder. Logisch moet dat zoo wezen, alhoewel wij er niets van begrijpen.

Stof en geest zijn dichter bij elkander dan men gewoonlijk aanneemt. Mens agitat molem. Dit principe is eene hypothese die ons gevoel volkomen bevredigt. Eene verklaring vermag de menschelijke geest niet te geven. De geest is de schepper van de stof. Van den geest gaat alles uit en niet, zooals de materialisten meenen, het omgekeerde. Hoe die overgang wordt bewerkstelligd, zal wel altijd een geheim voor den mensch blijven. Bij benadering en intuïtie kunnen wij alleen dit groote principe opstellen. Bewijzen draaien er wel omheen, maar doordringen de zaak niet. Begrijpen is geheel iets anders dan doordringen. De groote geest doet het laatste, de mindere begrijpt alléén.

Maar, daargelaten de vraag, wat kunst is, en de meening van de Grieken, dat schoonheid en goedheid samenvallen, behandelt Tolstoï de vraag of kunst verstaanbaar moet zijn voor iedereen en beantwoordt deze vraag bevestigend. Zeer omslachtig gaat hij te werk: redenen geei't hij weinig; telkens herhaalt hij, dat kunst door iedereen begrepen moet worden. Wel moeten de gevoelens van een kunstwerk nieuw zijn en frisch. Gedachten moeten er in voorkomen welke niet herhaald zijn, alles moet niet van te voren reeds bekend wezen. Hij beweert, dat het religieuse bewustzijn en het religieuse gevoel de onuitputtelijke bron van steeds nieuwe gevoelens is, de bron van den vooruitgang der menschheid, die geene grenzen

Sluiten