is toegevoegd aan uw favorieten.

Litteraire wandelingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op de Noordzijde waarheen het dier zich had gewend zag ik eene groote brug die met het eene einde naar het Oosten en met het andere naar het Westen zich neigde. En boven op de brug was een dam: daartegen kwam het water aan met groote golven en groot geweld, maar de dam hield stand en de wateren trokken bulderend terug.

Op de brug liepen eenige menschen maar zij vluchtten allen weg.

Eindelijk zag ik van uit het Westen eene onafzienbare menschenmassa aankomen als in processie. Voorop ging het kruis. En nog eene andere massa kwam van de trap die naar de brug voert. Zij gingen allen naar de vlakte waarvan ik heb gesproken. Het monster bleef geheel stil en roerde zich niet. Eene wijle was alles stil. Maar toch zag men komen van de brug een man zittend op een grooten olifant. Hij naderde met moed en hield in de hand een tweesnijdig zwaard. In de andere hand hield hij een kruis. Het dier roerde zich niet, als verpletterd door deze naderende macht. En de man stiet zijn zwaard in den muil van het monster zoo diep dat de spits uitkwam op den rug.

Het dier kroop naar het moeras terug vanwaar het gekomen was.

De man wierd nu door de geheele menigte luide toegejuicht en groot geschreeuw van vreugde steeg ten hemel.

Hij plantte het kruis dat hij in de hand hield op de plaats waar het monster had gelegen. En zij die door