is toegevoegd aan uw favorieten.

Litteraire wandelingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij zocht nu naar wellust. ,,En toen was die dag gekomen, die zeldzame mooie, waarvan alle senzasies hem duidelijk waren bijgebleven, die dag toen hij in de eenzaamheid van het bosch met een sentimenteel verlangen zijn armen had uitgestrekt naar de vrouw, die hem zou liefhebben uit zuivere begeerte".

Als een vonk in de olie zoo viel in zijn ziel de zwarte oogopslag van de vrouw der begeerte en des vleesches. Zonder rumoer drong dat oog door tot in de verste schuilhoeken van zijn wezen. Zonder spreken en zonder woorden, zonder afkoelend en oppervlakkig gezwets, dat de liefde verwatert, snorde de pijl van Amor met zwijgende felheid. Hoog steeg de vlam van zijn wellust voor deze vrouw van vleesch en bloed maar zooals alles wat hevig is, was de passie van korten duur. Alhoewel hij haar niets had te verwijten, want zij was hem trouw en goed, wilde hij spoedig van haar af. De gloed was hem te sterk en zijne krachten verschroeiden. Zij had hem bemind alleen om hemzelven, niet om zijn familie en alleen wegens de eigenschappen zijner persoonlijkheid was zij opgevlamd tot begeerte. Om harentwil verwaarloosde hij zijn vrienden, hij deed niets meer, schreef niet, las niet, men zag hem nergens meer en toen deze verhouding uit was, stond hij weer alléén, ja eenzamer dan ooit. Zelfs Passtra had hij verwaarloosd en al zijn kennissen had hij laten loopen. Om afleiding te zoeken gaat hij een reis doen naar Indië. Want ,,toen was voor zijn afgematten geest het verleidelijk viezioen verrezen van een stil-blauwe zee