Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

I.

Als men mijn stadje nadert uit zee, op een zomerdag, dan ziet men alleen het hooge, ronde geboomte op de wallen, en daarboven uit de oude klokketoren, met fantastisch gevormde en versierde verdiepingen en donker-kobalt-blauwen koepeltop. Het land aan weerszij ziet men nauwelijks, en het bleek-bezonde groene geboomte schijnt in den zonnenevel op 't geelgrijze water te drijven. Het is een droomerig stadje, dat eens in Hollands bloeitijd een kortstondige illuzie had van wereldsche grootheid. Toen kwamen er bont-getuigde, met verguld snijwerk en groote, zwierige vlaggen versierde schepen in het haventje, visschersschepen, handelsschepen en oorlogsschepen, en de inwoners bouwden fraaie huisjes, met trapgevels en beeldhouwwerk, en verzamelden daarin uitheemsche kostbaarheden, meubels en zilverwerk en porcelein. Er stonden kanonnen op de wallen, en de stedelingen voelden zich gewichtige en machtige lieden, die wat te zeggen hadden in de wereld. Ze voerden een blazoen en

Sluiten