is toegevoegd aan uw favorieten.

De nachtbruid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waren daar trotsch op, ze lieten zich schilderen in zwierig gewaad, ze gaven hun aardige, kernige namen aan de dingen en ze spraken kleurig en dapper, als 't past aan menschen die een bloeiend, oorspronkelijk

leven leiden.

Nu is dat alles lang voorbij. Het stadje leeft geen eigen leven meer, maar vaart stilletjes achteran in 't zog van 't groote wereldschip. In 't haventje liggen nog een paar visschersschuiten, een beurtschipper, een paar zeil-jachtjes en het stoombootje. De fraaie huisjes zijn rariteiten voor de vreemdelingen, en het porcelein, de meubels en schilderijen zijn tegen een fooi te bezichtigen op het museum.

Er is orde, en rust, en ook welvaart, straten en huizen zien er net en goed onderhouden uit. Maar 't is geen krachtig eigen leven meer, de kleur en fleur is verdwenen, het fraaie en zwierige is weg. Het leeft nog maar als onbeteekenend deel van een grooter leven. Zijn bekoring is enkel in de herinnering aan vroeger tijd. Het is mooi door zijn droom-wezen, door de onwerkelijke fantasie van zijn verleden.

Al het fraaie er van, de schaduw-donkere grachtjes met de lichte ophaalbruggen daarin spiegelend, de aardige, grillig belichte straatjes met de roode baksteengevels, blauwgrijze stoepen, paaltjes en kettingen.