is toegevoegd aan uw favorieten.

De nachtbruid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hooge olmen op den dijk, en het gekrijsch der meeuwen, dat van het wijde, zilte zee-leven spreekt.

En in de kluizenarij van dit stille, vergeten leven voel ik mij toch den machtigsten te machtig, tegen 't noodlot opgewassen, ik beheersch het Leven, het zal buigen naar mijn wenk, ik recht met de Goden zelf, tot den Allerhoogsten.

Soms huiver ik, als een achtelooze blik met wat schijn van meer beteekenis, van een der menschen om mij heen, mij doet denken dat een zweem van het ziedende leven in mij ontdekt is. Maar niemand ziet het, of kent mij, gelukkig!

Als ik u dit gezegd had, niet waar lieve lezer, al zijt gij nóg zoo verstandig, en ik kwam niet in een vurigen wagen met een stralenkrans en een blinkend gewaad — maar in mijn burgermans-jasje — dan zoudt ge toch stellig de schouders hebben opgehaald, en mij voor een armen gek gehouden.

Maar nu ben ik een rijke wijze, omdat ik schrijf en zwijg.

Gij zijt nog een persoon, lieve lezer, maar ik ben reeds verder, ik ben dood en geen persoon meer. Nu, nu, terwijl gij dit leest. In dit nu, dat ook nu is