Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met diepen eerbied — ik ruik de wat doffe, fijne wierook-en-lavendel-geur van mijn moeders kleederen. En ik herinner me mijn kalm en fier gevoel aan de maaltijden, hij het geweldig-pronkerige zilverwerk, de groote rozen-boeketten, de violette kousen der geestelijkendie te gast kwamen, den geur van den zwaren wijn.

En dan roert het mij te denken aan het zelfbedrog van een zoo trotsch, eigendunkelijk, kritisch en sceptisch man als mijn vader, die zoo volkomen door deze illuzie van zijn grootheid bevangen was. Op de burgerpraal dezer zeventiende eeuwsche Hollanders had hij laag neergezien — en toch was die waarlijk fraaier, evenals de oudere Italiaansche cultuur, die mijn vader meende te overtreffen, terwijl hij werkelijk in droeven achteruitgang was.

Het is begrijpelijk dat ik in den familie-tweespalt de zijde mijner moeder koos, en mijn zusje, die ouder was dan ik, mijn vaders partij. Maar ook, dat mijn vader daarin allerminst berustte, en dat ik al heel spoedig begon te bemerken hoe ik zelf de hoofdzaak was waarom de strijd ging, niet tot verhooging van mijn bescheidenheid. Wonderlijk is hoe wij als kinderen zulke conflicten mee strijden, schijnbaar gansch met onze boekjes en spelen vervuld en toch zeer goed opmerkend de beteekenisvolle blikken, de voor ons verborgen tranen en hartstochten, de bij onze binnen-

Sluiten