is toegevoegd aan uw favorieten.

De nachtbruid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verstelde soms mijn kleederen. Hij gaf mij onderricht, leerde mij teekenen, muziek, verschillende talen, schermen, zwemmen en rijden, maar liet mij nooit toe ergens naar school te gaan, hoewel ik dat zeer verlangde. Geen oogenblik liet hij mij buiten zijn aandacht, zijn zorg voor mij kende geen verzwakking en toch werden wij nooit recht vertrouwelijk. Ik voelde dat de oude kamp werd voortgezet, onder voor mij veel zwaarder omstandigheden. Hij had moeder en mij gescheiden en zou mij nu overwinnen daar ik alleen stond. Hij vermoedde zeker niet dat ik dit zóó zou begrijpen en den strijd met besef volhouden. Maar of ik 't al niet beredeneerde, mijn gevoel begreep zijn taktiek volkomen, en ik zette mij nu eerst recht schrap, met al de koppigheid van een kind en de karaktervastheid die ik van hem zeiven had geërfd.

Over drie soorten menschen was mijn vader niet te spreken. Vooreerst de priesters, de zwarten, zooals hij ze noemde, die hij haatte met al de vinnige heftigheid van zijn landaard, en waarvoor hij mij zijn afkeer, ondanks mijzelf, zoo goed wist mede te deelen, dat ik nog niet onverwacht een priesterkleed kan zien zonder een gewaarwording van griezel, als bij 't zien van een slang. Ten tweede de burgerlui, die hij filisters noemde, de klein-levenden, tevredenen, bekrompen, angstvalligen — die hij minder haatte dan wel met innige

2