is toegevoegd aan je favorieten.

De nachtbruid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schamperheid verachtte. En eindelijk de vrouwen, die hij niet haatte, noch verachtte, maar vreesde met een spotachtigen schuw.

En thans, nu ik van zoo verren afstand op mijn jeugd terug zie, nu begrijp ik dat het niet enkel gezonde, natuurlijke teederheid was die hem dreef tot zoo overgroote zorg voor mij. Maar bittere, hartstochtelijke gevoelens van verzet en weerwraak waren geboren uit beschamende en pijnlijke ondervinding. Priesters, vrouwen en filisters waren hem te machtig of te slim geweest, nu zou hij mij, zijn opvolger in de wereld, ten minste uit hun handen houden. Dat was de eenige groote voldoening die hij nog in 't leven zocht, meer uit rancune tegen zijn vijanden dan uit liefde voor mij.

Daarbij had zijn wezen tegenstrijdigheden die ik nu wel verklaren kan, maar die mij als kind zeer wonderlijk en stuitend voorkwamen. Hij deed zich vóór als vrijgeest en had er plezier in den spot te drijven met mijn naïeve vroomheid. Hij noemde God een groote grappenmaker die de menschen duchtig voor den mal hield en zich amuseerde ten hunnen koste. «Maar mij bedot hij niet,» placht hij te zeggen «en ik beloof je dat ik 't hem zeggen zal, vierkant in zijn gezicht, als ik hem te spreken krijg hiernamaals». Alleen over de natuurwetenschap en de natuur sprak hij met eer-