Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bied. De natuur was volgens hem altijd mooi en goed, waar de menschen haar niet bedierven. En de natuur kennis noemde hij onze eenige vastheid in 't leven, wapen en schild tegen priesterlijke leugens en godsbedrog.

En toch ging mijn vader menigmaal naar de kerk, ook met mij samen. Nooit verzuimde hij, waar hij kwam, tempels te bezoeken, van welken godsdienst ook. Hij was zeer muziekaal, en 't heette dan, dat hij vooral ging om de gewijde muziek. Maar ik zag hem ook in de Katholieke kerken zich kruisen met het wijwater en zelfs lange uren in gebeds-aandacht geknield liggen voor een bloemversierd en kaarsenomstraald Lieve-vrouwe-beeld.

Ik begreep daar niets van, de onlogische bewegingen van een artistiek-poëtisch en muziekaal gemoed nog niet kennende. Maar ik dacht er 't mijne bij, en geen wonder was 't dat ik den vromen vader voor den meest oprechten en den ongeloovige voor den onder boozen invloed verdoolde hield. Aldus bleef moeders invloed, ondanks haar afwezigheid, oppermachtig. In mijn herinnering werd haar beeld ontdaan van al het dagelijksche, gewone en onschoone, en zij begon langzamerheid voor mij, met haar lijden, haar tranen, haar schoonheid en haar teederheid, in pure engelenheiligheid te stralen, voorwerp van mijn getrouwe en innige vereering.

Sluiten