is toegevoegd aan uw favorieten.

De nachtbruid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

boven ons hoofd. Deze akelige toestand moet lang geduurd hebben. Doodsch en vijandig scheen mij toen de gansche menschheid, de gansche wereld.

Ik wist wel dat mijn vader overwinnen zou. Hij wilde niet sterven, en ik had een kinderlijk vertrouwen in zijn geweldige wilskracht. En zoo gebeurde 't ook, en ik was noch verwonderd, noch verheugd. Het zwoegende reis-leven ging voort en ik had een verbitterd gevoel dat het mijn vader was die de wereld voor mij afsloot en vijandig maakte.

Wij kregen toch eindelijk een gids dien dag en maakten een langen marsch te voet langs gloeiende zandwegen, zwak en moe als wij waren, alleen geleid door een half-wijzen jongen, die neuriede en op strootjes kauwde. Toen begon ik te begrijpen wat dulden beteekent. Mijn vader sprak niet, en verdroeg ook van mij geen klachten. Ik hield mij goed, zoo goed ik kon, maar ik begon toen veel te denken. «Hoelang zou ik dit kunnen volhouden?» dacht ik. «En waarvoor doet hij dit? Als dit nare en moeielijke tot niets dient, moeten wij het toch niet doen. Wat zou hij er mee vóór hebben? Komt er iets heel prettigs na? Of blijft het zoo moeielijk tot wij dood gaan? Is dit alles plagerij van God, zooals hij zegt? Waarom doet God dat, en mogen we ons zoo laten plagen?»