is toegevoegd aan uw favorieten.

De nachtbruid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het valt mij moeielijk te herinneren wanneer de eerste schijnsels dezer groote en voornaamste levensvreugde mij helder zijn gaan lichten. Maar ik kan niet veel ouder dan vijf of zes jaar geweest zijn. Ik speelde toen de passieve rol en het meisje was het dat mij als haar vriendje verkoos en de attentie uitlokte die ik volgaarne schonk. Maar toen ik later zelf op zoek van liefdevreugde ging, dacht ik maar om jongens vrienden. En het was een jongen, een lange, bleeke, Hollandsche en, naar 't mij nu voorkomt, volstrekt niet zeer aantrekkelijke jongen, aan wien ik voorstelde, op een helderen zomeravond, toen wij onder sterrelicht wandelden, om eeuwige vriendschap te sluiten. De bleeke jongen had wat men gezond verstand noemt en antwoordde dat hij te weinig begrip had van de eeuwigheid om dat voorstel te durven aannemen. Zooveel gemoedsbezwaar heb ik later onder vrouwen maar zeldzaam gevonden.

Door ons gestadig reizen waren al deze aanhechtingen zeer kort en vluchtig, en daar een liefdezoekend kind niet om stands-vooroordeelen geeft, ook zeer velerhand, maar daarom niet minder intensief. Ik heb een aardige bruinoogige en bar-voetige Livorneesche visschersjongen liefgehad, omdat hij zoo sterk was en zoo goed roeien kon, en zwemmen als een visch. En later, toen ik grooter was, een jonge Duitsche handelsreiziger, die