Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mij studentenliederen leerde, en mij imponeerde door zijn vertoon van meerder wereldwijsheid. Bij die verhoudingen was ik altijd de meest geestdriftige, de vurig smachtende, de dag en nacht van 't voorwerp mijner liefde vervulde. En 't bloed kan nog naar mijn oud hoofd stijgen als ik denk wat schatten van toewijding ik aan zoo onvatbaren verkwistte. Maar ook weet ik nu dat ik van geluk mag spreken dat het maar onvatbaren waren. Want door mijn reisleven aan mijns vaders zij was ik groen als gras gebleven, en hoe licht had een al te vatbare het jonge teedere instinct, ons medegegeven door der menschheid Oerverstand, voor goed van zijn bestemden weg kunnen afleiden, tot levenslange marteling. Want wij zijn allen, man en vrouw, als dubbel-wezens geboren, en het buigzame, jonge hout kan zoo gemakkelijk verwrongen en zijn rechte groei voor altijd misvormd worden.

Het meisje had in mij eerder den minnaar ontdekt dan ik de minnares in haar. De ontzachlijke, alles overtreffende en goed-makende vreugde van het vertrouwelijk-zijn had ik wel gevonden, maar nog niet de bizondere, hoogere vreugde van het vertrouwelijk zijn bij grooter verschil, tusschen jongen en meisje. Ik vond alle vertrouwelijkheid heerlijk, als ze maar zeer innig was, en voelde zelfs iets van een vaag vermoeden

Sluiten