Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij had te goeder trouw zijn best gedaan, de nationale traditie van vriendschap te handhaven, en het smeulend vuurtje van eigen schamel liefde-schoon brandend te houden.

Een vriend, die mij met gelijke munt zou betaald hebben, die mij vergold wat ik hem geven wilde, even trouw, even toegewijd, even vurig, even opofferend, even aandachtig en zorgvol als het in mijnen aard lag om vriendschap te verstaan en te bewijzen — zoo eenen heb ik niet gevonden. En ik was onredelijk genoeg een bitter en schamper gevoel te behouden jegens diegenen die mij zulk een hooge vriendschap schenen te beloven, en mij deerlijk teleurstelden. Ik begrijp nu hoe goed het is dat zulke vriendschappen in dezen tijd niet bestaan. Hebben wij niet al werk genoeg om ons vrij te maken uit de hopeloos-schijnende verwikkeling der sexueele instincten en verhoudingen ? Zijn wij nog niet ver van de verzoening tusschen veel te vroeg komende en veel te lang aanhoudende driften, lijfelijke en geestelijke neigingen, misplaatste, uitdoovende en op anderen overgaande genegenheden, en kinderen die men te eten moet geven? Zou men bij dien kluwen nog de complicatie wenschen van machtige vriendschappen die allicht ons geheele wezen konden vervormen en afleiden?

Laat elk dankbaar zijn die in zich een deugdelijke»

Sluiten