Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— «Ik wilde graag reden hebben om trotsch te zijn. Maar wat er in me omgaat, is wel geschikt om me nederig te houden. Kan jij me van al dat lage en leelijke verlossen? Je hebt het zelf in me opgeroepen.»

— «Ik?» riep mijn vader wrevelig fronsend.

— «Door je wetenschappelijke inlichtingen. Vóór dien tijd had ik betrekkelijk rust. Nu ben ik als een radelooze, als een gevangen en gesarde kat. Het loopt mis met me, vader, dat is zeker. Ik voorzie het, en kan er niets aan doen. Ik kan mijn oogen uitsteken en mijn handen afhakken. Maar ik kan niet mijn gedachten beheerschen en mijn vizioenen verjagen. Dat is meer dan menschenwerk. Ik ga er onder, dat staat vast, en dan maar hoe eer hoe beter. Zooveel is er niet aan me verloren.»

Met gespannen, smartelijke gretigheid luisterde mijn vader naar deze eerste openhartige woorden. Toen zei hij met een half meewarig, half schamper lachje:

— «Eén ding is me nu duidelijk, mijn jongen, dat je gauw trouwen moet. Nu, je hoeft gelukkig niet lang te zoeken, of bang te zijn voor een weigering. Jij kunt van 't allerbeste krijgen wat rokken draagt. Wees niet bedeesd, Vico! Je hebt een edelen naam, zuiver bloed, een mooi gezicht, en een mooi, sterk, gezond lijf. Voor 't geld zal ik zorgen. Wees gerust, jongen, je hebt voor 't nemen wat je aanstaat.»

Sluiten