Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik stond op, diep verontwaardigd. Ik geloof dat ik lachte met een theaterlach.

«Welzeker, uw bedoeling is dat ik een rein en heilig wezen, wier naam ik niet waard ben uit te spreken, zal gebruiken als een veiligheidsklep, een voorbehoedmiddel, een riool voor mijn eigen lage en vuile driften. Ik verzeker u, als het mijn vader niet was geweest die zulke taal tegen mij voerde, ik had den man uitgedaagd.»

Mijn vader poogde meewarig te glimlachen, maar het was gekunsteld en pijnlijk:

— «Mijn God, Vico!, wat overdreven, onmogelijke, dweperige onzin. Zijn dan alle moeders die kinderen gebaard hebben riolen geweest voor hun echtgenooten ? Wees toch redelijk en bezadigd, jongen! Je bent geen onwaardige, je driften zijn niet laag en vuil, — wie heeft je dat toch in 't hoofd gepraat? Je moeder zeker en haar zwarte vrienden, 't Is vreeselijk, zooals een moeder haar kind vroegtijdig de gedachten kan vergiftigen.»

— «Als één van mijn ouders mijn gedachten vergiftigde, dan was 't niet mijn moeder. Mijn onwaardigheid weet ik door eigen besef, niet door vreemde inprating. Maar mijn vader kan dat niet begrijpen, omdat hij mijn heiligste en diepste gevoelens mist. Al was je raad goed, vader, dan zou de wijze waarop je

Sluiten