is toegevoegd aan uw favorieten.

De nachtbruid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem uitsprak mij al afstooten. Maar je raad is buitendien ijdel. Een Engelsche vrouw van twintig trouwt geen jonge man van zeventien, en binnen drie jaren ben ik toch verloren, hopeloos verloren, ik zie dat stellig vooruit. — En och! wat is dat nog ? Ik ben 't immers maar!» —

Met smadelijk schouderophalen liep ik door 't vertrek. Mijn vader hield beide handen aan zijn voorhoofd en staarde met een blik vol somberheid, oude wrok en wanhoop in het ijle. Nog herdenk ik dien blik en verwonder me dat ik er toen niet smartelijker door getroffen werd. Na een poos stond hij op, zuchtte en met de woorden «We zullen zien!» ging hij de kamer uit.

Wederom had de arme man het tegengestelde bewerkt, van wat hij bewerken wilde. Eén indruk was mij uit ons gesprek vooral bij gebleven, en wel deze, dat mijn moeder mij stellig begrijpen en wellicht redden zou. Ik wist dat zij nog leefde en ik wist ook den naam van ons landgoed. Voor 't eerst sints ons vertrek van huis kwam de gedachte bij mij op, haar te schrijven. Onder veel tranen stelde ik dien nacht een langen, hartstochtelijken brief aan haar op, waarin ik al mijn kwellingen, mijn verrukkingen, mijn worstelingen, mijn heerlijke liefde en mijn diepe zelfvernedering en zelfverachting meedeelde. Ik noemde geen feiten, omdat jonge, gevoelige, hartstochtelijke brief-schrijvers