is toegevoegd aan uw favorieten.

De nachtbruid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

recht wisten wat we deden — zoo leek 't mij ten minste, misschien was zij klaarder wakker, — hadden we elkaar op de lippen gekust. En de zalige tranen die ik toen schreide, toen ze weg was, — om de onverdiende genade, en toch nooit mogelijke duur van dit geluk, — dat zijn alles dingen, niet waar lezer? die wij gewoonlijk beschouwen als de allerhoogste toppen onzer levensvreugd, die nog het prachtigst blinken als onze zon ten onder neigt. Maar weet dan ook wel dat vreugd en zaligheid van onvergankelijker materie zijn dan rots en gletscher, en dat men zeer hooge schoonheid beter van uit de verte ziet. Al sints lang heb ik bemerkt dat de meeste vreugde het best geschat kan worden als ze op zekeren afstand achter ons ligt, en men moet oud worden om den vollen lust der schoonheid op 't oogenblik zelf der waarneming te doorproeven.

Er kwamen nog een paar heerlijke dagen, bij glorierijk zomerweer, die ik doorbracht in een hangmat tusschen de eiken boven het effengroene gazon. Ik zag de ronde zonneschaduwen op 't gras, de glanzende zacht-vloeiende Theems, de zuivere zwanen, de blij-bevolkte bootjes — de vriendelijke, vroolijke menschen om mij heen, en in hun midden, als zonnige gelukskern, het welige goud haar van wie mij 't liefst wasv