Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar op één punt verstaan wij elkaar. Op 't punt van 't water, van de zee en van het zeil-vermaak. Als ik een paard hield en 's morgens naar mijn kweek galoppeerde, zouden ze mij voor een malloot houden, en was ik zeker geen penningmeester van 't weeshuis geworden. Maar dat ik een zeiljachtje heb, en vaak beproef tegen welk ruw weer dat wel bestand is, — dat verhoogt voor hen mijn achtenswaardigheid. Een flauwe schemer van de oude kloekheid en levensschoonheid wordt in deze verschrompelde zieltjes alleen nog door de zee gewekt. Wel zijn de meesten te zeer aan hun povere leventje gehecht om het enkel ter wille van grootsche aandoeningen, zonder dwingenden nood te wagen, — en laten ze mij mijn roekelooze tochten maar liefst alleen of in gezelschap van den wel-betaalden visschersjongen doen, — maar ze belachen mijn waaghalzerij niet, en ik merk dat ze op de societeit met zekeren eerbied tegen den ouden heer opzien, als hij weer van een dier zeilvaarten terugkomt, waarvoor menig jong varensman zelfs om den broode zou jbedanken, — en dan nog niet eens er over snoeft en opsnijdt, maar niet dan eventjes glimlacht bij de uitroepen van respectvolle verwondering.

Zoo eeren ze den physieken moed, die niet meer is dan sterkte van zenuwen en belustheid op den aangenamen prikkel van 't gevaar, terwijl ze den zedelijken

Sluiten