Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Erfzonde! wat 'n uitvindsel! — Erfschuld! — Wat 'n doortrapte loterij-jood moet je zijn om zoo'n idee uit te vinden.»

Nog eens deed ik een poging, ging overeind staan bij de mast, en riep krachtig:

— «Om 't roer! — vader! — om!»

Maar hij riep nog heftiger terug.

— «Dóórgaan! zeg ik je!»

En toen weer, terwijl ik de zee rondzag, en overwoog wat te doen:

— «Ik zeg je, Vico, er is leven, en er is dood. En we moeten leven zoolang we kunnen. Maar het moet ook waarachtig leven zijn. Sterven is geen leven. Het leven van de meeste menschen is een langzaam jammerlijk sterven. Er is geen eer aan, en geen verdienste om een leven te bewaren dat eer dood moest heeten. Een half, voos, rot, stinkend leven. Schande is 't dat de menschen nog niet leven kunnen, en nog erger schande dat ze nog minder kunnen sterven. Ik heb gewild je te laten leven, waarachtig leven, Vico! — Ik heb mijn best gedaan je te leeren leven. Maar 't is niet gelukt, en nu zal ik je leeren sterven. — Ben je bang?»

Nu begon zich iets in mijn ziel te bewegen en op te richtcn, als ccn uit zijn hol te voorschijn getergde slang. Ik begon ook wind en zee rondom me te ver-

Sluiten