Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nomen, geen nadere bevestiging meer behoefde, en hem voldoende zielerust gaf om zich met alle kracht toe te leggen op 't verkrijgen van die dingen die hem, onder de door zijn religie geoorloofde, het meest begeerlijk leken.

Maar o! de doodelijke en doodsche zekerheid dezer lieden. Hun geloofs-overtuiging was geen levend, bloeiend wezen dat onder gestadige pijnen en lusten dagelijks rijker en schooner zich openbaarde, geen vloeiende steeds wisselende stroom die de gansche wereld van hun bestaan besproeide en vruchtbaar maakte, het was een zware, onveranderlijke, dichtgesloten, vierkante brandkast die in een hoek van hun leven stond, veilig en welvoorzien, waaruit zé alleen op gezette tijden en naar gelang hunner levensbehoeften de coupons van gemoedsrust en zieletroost gingen knippen.

Hij was zoo verbazend gerust, zoo ontzachlijk zeker van zichzelf, zoo belezen in zijn kerkvaders, zoo geoefend in alle logische disputen, zoo wei-ervaren in alle holen en gangen, kasematten en bastions van zijn geloofsvesting, dat hij het tegen alle twijfelaars der wereld scheen te durven opnemen. En toch hoe arm scheen hij mij, hoe naakt en ellendig, in zijn geformuleerd systeem opgesloten, als een kevertje in de holten van een dood stuk hout, hulpeloos drijvend op

Sluiten