is toegevoegd aan uw favorieten.

De nachtbruid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over goed en kwaad heen wou springen, stond ik voor Satan, en de booze was zóó goed, dat hij mij een dienst bewees grooter dan er mij ooit een door een goed mensch was gedaan.

Als ware het om zich recht duidelijk te manifesteeren, deed Satan naar de gewoonte van alle machtige principes en incarneerde zich. Ik kwam in aanraking met een jonge seminarist, die den naam van een aartsengel droeg, en daarbij een tronie die 't meest van alle mij bekenden op die van den Vorst der gevallen engelen geleek, naar de conventioneele opvatting. Hij krulde zelfs, alsof hij 't er om deed, zijn zwarte lokken zoodanig boven 't lage voorhoofd dat er twee hoorntjes onder verborgen schenen. Zijn oogleden hingen wat laag over zijn bruine oogen, die heel zacht loerden, en vriendelijk toegeknepen glinsterden, terwijl de rechte» smallippige mond boven de lange kin de ongenadigste sarkasmen sprak, met een hoog, bijna vrouwelijk geluid.

En juist deze man trok mij toch nog het meest aan van allen, die ik in geestelijke kringen leerde kennen. Ten eerste om zijn geestigheid, want hij was een Ier, en zat vol van die scherpe en smakelijke grappen, waarvoor ik zeer vatbaar ben. Maar dan omdat hij de eenige was die iets scheen te begrijpen van mijn groote, stomme, machtelooze ergernis over den algemeenen onwil der menschen — die ik toen nog niet