Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geelbebladerde kastanjebooinen, waaraan de herinneringmij dagen en wekenlang met zoeten lust vervulde, ja! mij nu nog op mijn ouden dag bij diepe herdenking gelukkig kan maken.

Niemand zou, bij het hooren vertellen van zulk een droom, den vreeselijken of liefelijken indruk er van kunnen begrijpen. Alleen was het mij wel duidelijk dat | de zaligheidsdroomen met liefde te maken hadden. In mijn jongste jaren was het een jongen, een vriend, dien ik in den droom ontmoette, en die mij door een enkel woord zonder veel zin wonder-gelukkig, en het tafreel waarin ik hem zag prachtig maakte, later was het een meisje. Die jongen en dat meisje kwamen eenige malen, niet zeer vaak, terug, en geleken niet op een liefste ot vriend uit mijn dagleven.

De angstgruwel scheen aanvankelijk veel raadselachtiger, want ze was aan de eenvoudigste, onschuldigste voorwerpen en tafreelen waarvan ik droomde, op onverklaarbare wijze verbonden. Men spreekt wel van nacht-merrie, en zoekt meestal de oorzaak in een overladen maag, en de doctoren hebben het dan druk over bloedsomloop-stoornissen en weten allerlei raad, maar ik ben gedurende een lang leven een nauwkeurig waarnemer geweest en heb de zekerheid dat maagoverlading en bloedsomloop zoo min de oorzaak is van dien nacbtgruwel als van regen en wind — al zal

Sluiten