is toegevoegd aan uw favorieten.

De nachtbruid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iemand in wrakken toestand zoowel tegen 't een als tegen 't ander minder goed bestand zijn. Wacht, mijn lezer, tot ge een oud ervaren droomer zijt als ik, en ge zult de angst-aanjagers, de keel-beklemmers, de potsenmakers en loer-draaiers zelf aan 't werk zien, in de door Breughel en Teniers zoo natuurgetrouw afgebeelde gestalten,, ge zult hun streken en nijdige verzinsels en de wonderlijke stoffeering van hun woonsfeer leeren kennen, leeren speuren, als 't ware — zooals de hond het wild — aan hun eigenaardigen reuk van griezel, ge zult zien hoe ze hun walgelijke en lugubere tafreelen voor u opstellen, hun slachtplaatsen vol bloed, hun moerassen vol lijken, hoe ze uw weg met drek besmeuren en u fantastisch trachten beet te nemen, — en dat alles zonder dat het u ook maar eenigszins ontstelt of verschrikt of ter neer drukt zooals vroeger, toen ge de oorzaak van al deze dingen nog niet kendet, — omdat ge hen nu gewaar zijt geworden in hun erbarmelijke booswilligheid, en aandurft en zoo noodig terdege kastijdt. —

Het is dit volkje, dat Shelley noemt:

*the ghastly people of the realm of dreavis» en aan wier jammerlijk bestaan, en rustelooze werkzaamheid noch hij, noch Goethe, noch een ander van 's werelds wijzen en zieners heeft getwijfeld.

Immers, zou die twijfel niet "beteekenen dat wij zeif