Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een deel onzes wezens, dat van het waarneembare lichaam zich scheiden kan, — hetzij wij dit «ziel» of «schim» of wat anders willen noemen.

Het is deze geluks-sfeer waarin ik steeds weder hoopte te geraken, en waarvan het bereiken mij den ganschen dag gelukkig maakte. In die sfeer kan ik heerlijk zingen en muziek maken, een talent waarin ik overdag helaas! maar zeer weinig uitmunt. In die sfeer ook kan ik invloed uitoefenen op mijzelven en op het leven van den dag. Een krachtige suggestie door mijn droomlijf uitgesproken heeft vat op het waak lijf en verdrijft vermoeienis, neerslachtigheid, en die enkele lichte stoornissen die mij somtijds kwellen.

Maar gewichtiger dan dit: in de gelukssfeer kan ik bidden, zonder schaamte of verlegenheid. Ik stort mijn vol hart dan uit, — ik die nooit een goed spreker was — in zuivere, innige, vloeiende taal, dankend, vragend, lovend.

Zelf-suggestie? — O zeker! — Maar toch een zeer bizondere. Want er is antwoord. Antwoord, dat mij nooit gansch bedrogen heeft. Als ik bid, in die wondere sfeer, in een namelooze verrukking, geschieden er fijne, stille, veelzeggende teekenen in het schoone landschap voor mijn oogen. Een teeder wolkfloers verduistert het licht, als een wenk van onheil of gevaar, — een groote, helle schijn gaat op, achter me

Sluiten