is toegevoegd aan uw favorieten.

De nachtbruid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ijdel fantasterij beschouwen, als curieus bedenksel, in den trant van sommige wonderhistories van Rudyard Kipling of H. G. Wells, bedacht tot hun amusement. Gij, lieve lezer en goede verstaander! zult den toon van echtheid gemakkelijk herkennen. Ik ben allerminst een fantast, de naakte, nuchtere werkelijkheid heeft mijn trouwe devotie — maar ik loochen haar niet omdat ze zich des nachts voordoet in plaats van overdag, en een waarneming blijft mij een waarneming, of ze nu door de zintuigen tot mij komt of niet.

Dat de droomsferen evengoed bepaalde rangschikking en situatie hebben als de overdag waargenomen ruimte, acht ik daarom waarschijnlijk, omdat zij in bepaalde volgorde zich voordoen. Eéns maar ben ik in een allerdiepste sfeer geweest, waaruit ik niet willekeurig kon wakker worden, en waarin ik zeer gelukkigmakende ontmoetingen had. Wezens die als menschen waren, maar zonder menschelijke zorg, en een zwevend kind dat ik in den droom reeds vergeleek met Goethe's Euphorion, het kind van Faust en Helena. Deze sfeer lag nog dieper — maar men begrijpe het woord «diep» wèl als metafoor — dan de schoone gelukssfeer met de wijde landschappen.

Maar onveranderlijk volgt op de geluksfeer, naar 't ontwaken toe, die der demonen, met hun moedwil en 'hun griezel. Deze sfeer is gemakkelijk te herkennen,