is toegevoegd aan uw favorieten.

De nachtbruid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XIII.

Wat ik u in 't vorige hoofdstuk verhaalde isnoodig om mijn verder leven te begrijpen. Maar het zijn de uitkomsten van een ganschen levenstijd, en in de jaren vóór mijn huwelijk, toen ik met moeder en haar beschermelinge samen woonde, was ik pas in den aanvang en wist nog maar weinig van dat alles. Ik sprak er ook niet over, en heb dat in mijn gansche latere leven maar met één mensch gedaan.

Toen er van mijn priesterschap niets komen zou waren wij alle drie blij het zwoele Rome te verlaten. Wij gingen naar Como en betrokken onze villa aan het meer. Het was een oud huis met geel stucco bekleed, en had een droevig air van vervallen deftigheid, van staat, die zelfs in zijn bloeitijd meer getoond had dan zij was. Het was geheel anders dan mijn herinnering het me voorstelde. Veel armelijker, kleiner. — een flauwe, vooze weerschijn van de solide marmerpracht van antiek en renaissance, die het wilde nabootsen. Maar er was nu een ongewilde bekoring