Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over gekomen, juist door 't verval. Want de tuin met zijn cipressen, mimosa's, magnolia's en rozen was door de verwildering des te schooner geworden, en wij woonden in enkele kamers van het groote, stille huis, en maakten het in die hoekjes ons behagelijk, als waren wij huisbewaarders en geen eigenaars. En vóór aan den tuin was het meer, met zijn diep-blauw spiegelvlak met satijn- of moiré-glans, al naar de zachte wind het bestreek, — en achter ons waren de bergen, met de duizende primula's, de purperen erica, de witen-roze kerst-rozen. Het beekje was er nog altijd — en de oude zuilen-portiek, waar de steen onder het afgebladderd stucco te voorschijn kwam, en de rozen door de vloersteenen en om de kolommen heengroeiden.

In die woning trok ik mij terug, verzamelde boeken en trachtte door studie en een stil en sober leven op eigen gelegenheid de wijding te krijgen die ik in Rome niet vinden kon. Lucia bleef bij ons inwonen, met haar kamenier, en ik zag haar en mijn moeder aan de maaltijden, maar anders ook niet vaak.

Het waren strenge, rustige, ingetogen jaren, die wel tot de goeden mijns levens kunnen gerekend worden. Ik zelf ging stil mijn eigen weg en studeerde, alleen volgens den leiddraad van mijn innerlijk weetbegeeren.

Maar de vrouwen wachtten, wachtten, en ik zag het niet, of achtte het niet. Bernard Shaw, de Ben-

Sluiten