Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oogwenk beklemmend dan weer verruimend, als het gevoel van den duiker die onder water omdraait en het besef van boven en onder verliest tot hij zijn evenwicht en lucht en daglicht hervonden heeft, — de overgang van droomen tot waken.

Ik had gedroomd en werd nu eerst recht wakker. En dat, terwijl ik zooeven nog gedacht had dat in het leven zonder lijf en zinnen nooit zóó klare en heldere gewaarwordingen konden zijn, als die welke nu bleken toch tot den droom, tot het leven zonder lijf en zinnen te behooren. Ik was verwonderd en beduusd zooals zoo menig morgen bij 't ontwaken.

Maar toen kwam nog feller, nog aangrijpender herinnering .... Emmy! Ik had haar gezien, zoo stellig als ik haar ooit gezien had, haar blik leefde nog in mijn oogen, haar stem in mijn ooren. Het was Emmy geweest, en wij hadden elkaar in de armen willen sluiten, we hadden eikaars liefde geproefd.

Ik deed mijn oogen open en zag rond in de wereld waarin ik was ontwaakt. Ik zag de koude, ziellooze weelde van een hotelkamer, spiegelkasten, zware roode tapijten. Buiten galmden klokken, en ratelden wagens en klapten zweepen. Naast mij stond nog een bed en daarin zag ik glanzend donker haar. . . tegen het blanke kussen warrig uitgespreid in de onorde van den morgen. Dat was mijn vrouw — Lucia.

Sluiten