Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een felle schok voer door mij. Mijn gevoelens en gedachten raakten in oproer als een bijenkorf waaraan gestooten is. Vruchteloos trachtte ik de harmonie en rust in mij te herstellen door geregeld overdenken.

Mijn sterkste gevoel was schuld, vreeselijke, ondelgbare schuld. Veel zwaarder schuld dan mij ooit had gedrukt na mijn jongens-verdolingen. Schuld jegens die zachte, donkere vrouw die daar naast mij sliep, en die ik had toegestaan mijn vrouw te worden. Want dat was toch immers bedrog, Emmy was er nog, ik had haar gezien en gesproken, en wij hadden elkander lief, zooals ik die andere nooit lief zou kunnen hebben.

Emmy was er nog — maar waar en hoe? — Toen kwam een andere herinnering die mij deed rillen van nerveuzen schrik. Ik had niet alleen Emmy gezien, maar ook mijn vader, bij haar. En ik wist wat dat beteekende. Zou haar zoo duidelijk verschijnen dezen nacht een voorbeeld zijn van het zoo vaak gestaafde samentreffen van sterven en zich manifesteeren?

In mijn onrust stond ik zachtjes op, kleedde mij aan en ging naar buiten.

De lucht was kil en sparkelend frisch, de rook der huizen ging lijnrecht omhoog. Wij waren in Luzern, en de winter, die Italië al verlaten had, bracht hier nog een afscheidsgroet. Een dunne laag sneeuw bedekte bergen en daken, en het transparante iicht-smaragd-

Sluiten