Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sprak ik: tik ben er! ik ben er! — Wat wilde ik ook weer? — laat mij goed bedenken! — O ja! mijn vader wilde ik zien, mijn vader!»

Toen zag ik in het zonnige, groene landschap vóór me, een huisje, laag en klein. «Hierin is hij» zei ik. «Hier wil ik hem vinden!» Ik liep kamers door en zag hem niet, maar bleef zoeken, kamer in, kamer uit. En toen ik ook de laatste kamer leeg zag, maakte ik er een kamer bij, En zie^! toen zag ik hem zitten.

Ditmaal geleek hij nauwkeurig op den vader zooals ik hem gekend had, maar veel jonger dan toen hij mij verliet. Hij had een donkerblauw kostuum aan, en rijlaarzen en een vilten hoed. Zijn gezicht stond zacht en zijn oogen schenen klaar en helder.

«Vader!» zei ik «Vader!» en met smeekend gebaar ging ik naar hem toe. Ik hoorde hem zeggen: «Dag Vico mio!,» En het was zijn stem, meer nog dan 't zijn gezicht was.

Toen gaf ik hem mijn hand en hij nam die. Hij deed moeite mijn hand te drukken en het was of hem dat physieke inspanning kostte.

Ik zei «heb je me vergeven?»

Het was een warm heerlijk gevoel. Ik zag dat hij zijn best deed, en hij keek zacht.

Hij prevelde iets, maar ik kon het niet verstaan of ik ben het vergeten. Ik vroeg daarop met de uiterste

Sluiten