Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van haar hoorde. Van bloemen droomen, van water, van geld, van bloed — dat alles beteekende wat, maar het werd steeds even vaag beweerd, even onnauwkeurig waargenomen en even ongegrond voor bewezen gehouden. Voor mij was het volkomen waardeloos, en ik wachtte mij wel haar in deze dingen te wederspreken en deelgenoote van mijn eigen ondervindingen te maken.

Maar vreemd en opmerkelijk was het dat een bepaalde droom waaraan zij zelve geen beteekenis hechtte, en waarvan haar droomen-leer geen melding maakte, zich steeds herhaalde in samentreffen met een bepaalde ondervinding van mij in mijn nacht- en dag-leven.

Altijd als een andere vrouw op mijn levensweg trad, en er gevaar dreigde voor de gaafheid mijner verbintenis met Lucia, dan droomde zij van een groot, wild paard dat haar beangstigde of in 't nauw bracht. Soms was het wit, soms bruin, soms zwart, — ook waren er wel twee of drie. Ze dreigden en benauwden haar, maar deden geen kwaad. Zij vertelde mij altijd trouw en argeloos, wanneer zij weer van paarden had gedroomd, zonder in 't minst te beseffen dat dit voor mij een bedekte, strenge waarschuwing was.

Want het faalde niet, wanneer ik ernstig in verzoeking was gekomen, — wat na de vredige en afgezonderde jaren bij Como, op onze vele reizen niet kon

*

Sluiten