is toegevoegd aan uw favorieten.

De nachtbruid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«Zou ze het zijn? Ze lijkt er niet op. En het gebeurt zoo vaak dat menschen heel anders zijn in den droom. Hoe kan mij dat zekerheid geven?»

Ik kwam dichtbij. Ze had haar dik blond haar in tressen om haar hoofd gelegd, en daarop een krans van oranje-bloesem en mirte. Een bruidskrans. Duidelijk zag ik de kleine, glanzig-donkergroene blaadjes en de rossige twijgjes, — en ik rook de weelderige oranjebloesem-geur. Ik keek haar aan, en het waren haar oogen, heel serieus, als met eigen, diepe gedachten vervuld.

Toen sloot ik haar in mijn armen en wist zeker dat ze 't was, en ik riep hartstochtelijk: «Ben je daar? Hoe lief van je dat je toch gekomen bent.»

Dat was zeer gelukkig. Gelukkiger dan mij ooit eenig moment in mijn waak-bestaan geweest is.

Ik werd wakker, niet meer bedroefd, maar zeer ernstig, en ook voor 't eerst na zulk een droom een weinig vermoeid.

De sporen van tranen vond ik niet, en ik vroeg aan Lucia of ze mij had hooren schreien of spreken, of gerucht maken in den slaap.

«Neen!» zeide ze. «Je hebt stil gelegen en rustig geslapen, geloof ik. Ik was vroeg wakker. Ik had weer zoo angstig van dat witte paard gedroomd. Het