Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het gansche vizioen hartstochtelijk bad, aan Emmy niet denkend, en God dankte voor zijn gunsten en smeekte om zijn voorlichting, en evenzoo Christus. Nooit kon ik het overdag met zooveel ernst, overtuiging en welsprekendheid doen. Des daags ben ik niet welsprekend, maar verlegen en schaamachtig, ook zelfs alleen. Ik kan overdag niet bidden uit vrees van mij belachelijk te gevoelen, uit gêne. Maar des nachts is die gêne weg, en ik geef mij over aan 't gebed met een waren hartstocht, soms even als alle hartstochten in het bovenzinnelijk leven buiten mijn controle gaand. Somtijds schijnt mij mijn vrome hartstocht bij 't gebed op 't oogenblik zelf overdreven en geaffecteerd, doch ben ik onmachtig haar te betoomen.

Maar nu is dit het opmerkelijke, dat ik nooit, volstrekt nooit, iets in mijn vizioenen heb waargenomen, dat op mijn hartstochtelijken en innigen aanroep zich voordeed als een goddelijke gestalte, als een engel, of als Christus. Menschen, gestorvenen of levenden, kwamen bijna altijd, bij eenigszins krachtigen aandrang; Emmy heb ik vele malen, in verschillende gedaanten en omstandigheden gezien. Maar bij mijn aanroepingen en gebeden aan die hoogere wezens, tot wier bestaan de mensch altijd heeft moeten besluiten uit de teekenen der zinnelijk waarneembare wereld of uit innerlijk besef, heb ik nooit iets anders gezien als wat

Sluiten