is toegevoegd aan uw favorieten.

De nachtbruid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik heb ze menigmalen gehad, zulke droomen, en ze waren de allerschoonste. Ik weet niet of het aankondigingen waren van toekomende, of schemeringen van reeds bestaande werkelijkheid, — maar ik zag dan tafreelen van tallooze geestdriftige menigten, samenstroomende optochten van feestelijke menschen in plechtigen rhythmus schrijdend, met juiching en geluid van klaroenen. En wij beiden, mijn liefste en ik, waren daarvan een deel, wij behoorden er in, en een dóórdringende aandoening van feestelijkheid en onbegrensde vertrouwelijkheid met allen, hief ons op in lichte, gelukzalige stemming, en deed toch geen schade aan onze eigene, wederzijdsche innigheid, maar verhelderde en versterkte die.

Daarbij werden mij waarheden beduid op eigenaardige symbolische wijze, zooals ik die door herhaalde ervaring heb leeren verstaan. Zoo zag ik eenmaal in den droom vele menschen een groot huis bouwen, en een weg aanleggen, en zij deden dit wonderbaarlijk vlug. En er was niemand die iets beval, iets aanwees, of bestuurde. De ongeloofelij ke vlugheid van vordering in den arbeid onstond daardoor dat ieder der bouwers tot den minste toe, het gansche werk kende en doorzag en daarom geen leiding hoegenaamd behoefde.

Ik verstond al deze wenken steeds beter, ik begreep telkens duidelijker wat den mensch belemmert op zijn