Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En terwijl ik wist gedachten en bedoelingen te herbergen en soms daden te beramen waarvoor allen en vooral Lucia en mijn kinderen, mij te goed hielden, voelde ik tevens iets als gering-achting voor hun voldaanheid, hun tevredenheid, ik voelde ergenis over dit zorgelooze, gelukkige gezin, in deze groote onvoltooide wereld, vol ellende, leelijkheid, waan en verwarring, deze ongeheelde wonde waaronder het ieder te lijden betaamt tot ze genezen is.

De groote liefde die in mij brandde, de groote liefde tot Christus, bracht mij tot wat de meeste menschen goddelooze ondankbaarheid zouden noemen. Ik verwenschte mijn voorspoed, en verdroeg slechts met moeite mijn schijnbaar huwelijks-geluk. Het was mij als een strijder die achtergelaten wordt bij den behagelijken warmen haard, terwijl het leger met muziek te velde trekt.

Het eerste wat ik in Holland deed was een zeiljachtje koopen. Het lag in Amsterdam, omdat ik van daar uit de Zuiderzee kon bevaren. Op een dag had ik afgesproken met een collega van de Oostenrijksche legatie, een jonge, knappe, sterke Hongaar, naar E* te zeilen, het mij toen nog onbekende stadje, waar ik nu deze bladen schrijf.

Ik was in die dagen in de somberste periode van mijn leven, ik walgde van al het zoet om mij heen^

Sluiten