Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te danken. Zij glimlachte even en knikte terug, niet blozend, en ook niet verlegen of preutsch, — maar ernstig en vertrouwelijk, alsof ze het verwachtte.

Bij 't wisselen van dien groet en die blikken werd het mij wonderbaar te moede, het was alsof ik mijzelve een oogenblik vergeten was, mij niet herkende, en al wat ik waarnam niet paste in het leven van den dag. Ik dacht aan mijn droom, en zonder nog welbewust gevolgtrekkingen of vergelijkingen te maken, was ik een moment gansch weg uit de gewone waak-wereld, en weer in het droomenland.

— «Hallo! Muralto, de bootshaak!» riep mijn Hongaar.

Met een schok kwam ik op de wereld terug en het was alsof ik heel ver geweest was. En alsof al wat ik zag mij welbekend was, alsof ik 't wéérzag na lange afwezigheid.

Eer ik genoeg tot bezinning kwam'om den bootshaak aan te geven, zochten mijn oogen nog eens die van de jonge vrouw. Maar ze was van de kade verdwenen. Even zag ik nog het ranke figuurtje in den grijzen doek op het havenpleintje. Ze ging haastig heen, met blijen, lichten tred, alsof ze alleen om ons gekomen was en nu naar huis ging, gerust en welvoldaan.

— «Wat is er? Wat scheelt je Muralto? zie je iets bizonders of iemand?»

Sluiten