is toegevoegd aan uw favorieten.

De nachtbruid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXII.

Zoo ras als ik mij een dag vrij kon maken ging ik weer uit zeilen. Ik kende nu den weg en het vaarwater, en nam deze maal niemand mee. Met de schemering vertrok ik uit den Haag en vóór achten was ik buiten de sluizen. Ik had Lucia niet over mijn ontmoeting gesproken, maar ik voelde toch niets van dat heimelijk schuldbesef van een getrouwd man, die zich door een vreemde vrouw bekoord weet.

Het was nu een warme zomerdag met een zacht Oostelijk briesje. Het groote, gele zeevlak zag even vreedzaam en vriendelijk als het de vorige maal wild en wreed had geschenen. De golfjes flikkerden in de zon en plapperden lekker gemoedelijk tegen mijn scheepje, de kusten met torentjes en molentjes lagen wazig en stil rondom, in volle droom-pracht. Ik deed zes uren over den tocht in plaats van drie, zooals te voren, en het waren uren vol lichte, zonnige zaligheid.

Mijn stadje lag zoo lieflijk te peinzen in het helle zonnewaas als een drijvend eiland der gelukzaligen, de