is toegevoegd aan uw favorieten.

De nachtbruid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blauw-grijze ronde looverkruinen der boomen, met het torentje er boven uit, als rustig zwevend boven den tintelend zilverlichten watervloer.

«Du bist Orplid, mein Land!

das ferne leuchtet»

zong ik. Ik glimlachte over 't contrast tusschen 't banale en triviale bestaan der menschen, die ik wel vermoedde daar te wonen, en de wondere tooverpracht die het alles aannam door de kracht mijner verbeelding, — ik peinsde over het land Orplid, de jongens-fantasie van Möricke, waaraan hij door eenigc weinige woorden een diepe, geheimzinnige, schitterende heerlijkheid wist te geven, die duizenden evenals mij met een smachtendhartstochtelij ke schoonheidsaandoening, ja, met een waar verlangen vervult. Is niet het gedroomde Orplid, dat voor zoovelen verre blinkt, een waarachtiger ding dan alle wakend door ons geziene landen?

Bij mijn landing was er nagenoeg niemand op de kade, de visscher zat zijn boot te kalefateren, een paar jongens hengelden in het donkergroene water van de haven, — alles zooals ik het nu nog zien kan, — mijn toekomstig woonhuis keek mij al bekend-vertrouwelijk aan uit zijn donker-koele vensteroogen, de duiven koerden in de zacht ruischende iepen, het geurde naar teer- en harpuis, en naar de in Holland nooit ontbrekende turfwalm, die opsteeg uit de kachelpijpjes op