is toegevoegd aan uw favorieten.

De nachtbruid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de in de haven liggende tjalken, waar de schippersvrouwen het eten kookten.

Ik ging recht op mijn doel af, als of ik al een met liefde en verlangen verwachte minnaar was, glimlachend en mijzelf verwonderend over mijn zekerheid. Ik ging langs de kleine touw-winkeltjes, waarvan de deurschel luide klonk over de leege straat als een enkele zondags gekleede bezoeker den winkel verliet, langs het barbierswinkeltje met de glimmend gepoetste koperen scheerbekkentjes, langs de enkele deftige huizen met oude gevelsteentjes voorstellende: «'t Fortuin» of «d'Liefde», waar de dochters des huizes uit de donkere zijkamers, van achter den nooit ontbrekenden Clivia-bloempot, naar den zeldzamen vreemden voorbijganger loerden — tot het hotel «de Toelast».

Ik ben, zooals ik u reeds met schaamte bekend heb, wel eenig keeren op galant avontuur uit geweest, maar nimmer met zulk een recht-op-'t-doel-afgaande, ongegeneerde vrijmoedigheid als dien warmen zomer-zondag in mijn dierbare, kleine Hollandsche stadje. Ik voelde ook niets, hoegenaamd niets van de schuw, van 't kwade geweten, van de nervositeit, die anders galante avonturen van een getrouwd man meestal vergezelt. Ik voelde als een schooljongen die een prijs gaat halen na een geslaagd examen. Mijn hart klopte alleen wat heviger, door blijde vermoedens, — misschien ook door