is toegevoegd aan uw favorieten.

De nachtbruid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«Dat geeft weer een heele week stof tot conversatie.» *

— «En geeft u daar niet om, juffrouw Elsje?»

— «Wel nee!» zei Elsje, met een aardige expressie van macht en eigenwaarde. «Ik heb ze gewend dat ik precies doe wat ikzelf goed vind. Nu is er geen één meer die mij er over durft aanspreken. Dat helpt hun toch niet. En wat ze tegen elkaar zeggen dat hoor ik niet, en ik ben er niet benieuwd naar».

Wij gingen naar 't Museum, daar was het doodstil, koel en eenzaam. De concierge zat te dutten in zijn hokje. Tusschen de relieken van het oude, stoere, vroolijke volkje dat hier voor een paar eeuwen het zich fraai en behagelijk op aarde trachtte te maken, tusschen de prenten en schilderijen der sierlijke, kleurige rijkbevlagde schepen, de portretten der magistraten vol aardige zwier en eigendunk, de musketten en harnassen en pieken, de penningen en plakkaten, de kostbare snuisterijen en het fraaie porcelein van Oost en West in dit kleine zeevaarders-nest bijeengesleept — brachten wij een paar uren door vol innig, vertrouwelijk geluk. Elsje wist heel weinig, maar ze verstond heel veel, en ze luisterde naar al mijn inlichtingen met zoo gretig weet-begeeren, met zoo vrome aandacht, met zoo onbegrensd vertrouwen in mijn wijsheid, dat ik er confuus onder werd, en haar verzocht mij toch niet voor een