Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haven. Alle botters zelfs waren binnen, en die kunnen heel wat meer zee verdragen.»

— «Ik was gerust en zeker. Ik wist dat ik je zien zou. Ik had van je gedroomd, van je gezicht, en van je naam.»

— «Werkelijk?» zei Elsje, mij rechtuit aanziende met haar argelooze, oprechte oogen.

Voor dien blik versmolt mijn hart in teerheid. Ik gevoelde neiging voor haar te knielen en haar handen met tranen en kussen te bedekken. Maar ik bedwong mij, want ik bedacht dat ik een Italiaan was die met een Hollandsche te doen had, en ik wilde mijn brooze geluk niet door uitbundigheid in de waagschaal stellen. En er was een fijne weelde in deze soberheid en dit eerbiedig zelfbedwang. Maar ik wilde ook eerlijk zijn, — mijn geluk moest op stevigen grondslag van oprechtheid staan, — en ik wilde weten waar ik aan toe was.

— «Ja, werkelijk! Elsje, en toch had ik nooit van je gehoord, en niemand had mij van je verteld. En zeg mij nu, had je ook nooit over mij hooren spreken? Weet je iets van mij? Weet je mijn naam?»

— «Uw naam heb ik in 't hotel-boek gezien. Anders wist ik niets van u, vóór ik u zag.»

— «Werkelijk niets? Ook niet...»

— «Wat?»

— «Dat ik getrouwd ben en een goede vrouw en

Sluiten