is toegevoegd aan uw favorieten.

De nachtbruid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vier kinderen heb?» stootte ik uit, bijna ruw, door mijn moedige inspanning om niets te ontzien en 't ergste te riskeeren.

Elsje keek mij, zonder te verschrikken, lang, aandachtig en peinzend aan. Wat ik duidelijk in haar blik onderscheidde was een vragende weifeling en een een teedere deernis.

— «Een goede vrouw en vier kinderen» herhaalde ze zachtjens, nadenkend. «Ik dacht wel dat u getrouwd zou zijn. Maar gelukkig is u toch niet, dat weet ik.»

— «Neen, gelukkig ben ik niet, Elsje, dat is zoo. Of liever... was ik niet, tot heden» —

Zij vroeg toen niet meer, alsof ze dacht dat ik zelf wel zeggen zou wat ik verder voor haar te weten noodig achtte. Maar ik wist genoeg, en ik zag ook dat zij genoeg wist, en wij spraken dien dag niet meer over ons zeiven. Het ging ons zooals het in den droom gaat, men verstaat en deelt mede zonder woorden.

Ik sliep dien nacht zeer weinig. Ook bij mij, weievenwichtig van geest als ik ben, wordt de slaap schuwer met de jaren. Maar het is niet de zorg maar de blijdschap die hem verjaagt. Ik lag den ganschen nacht doodstil en behagelijk, in een lichtende wolk van vreugde, denkend aan haar, wier adem nu rustig ging