is toegevoegd aan uw favorieten.

De nachtbruid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XXIII.

«Lieve Lucia, wil je mij een kwartiertje aanhooren. Ik heb je iets te zeggen, en wilde dat graag van 't hart hebben, eer wij slapen gaan.»

Wij waren juist thuis gekomen van een hof-diner en stonden in onze galakleeding de brieven te bezien die dien avond gekomen waren. Lucia keek belangstellend op.

«Ga dan mee naar mijn kamer,» zeide ze, en toen mij aanziende: «Het is stellig iets goeds, niet waar? Ik heb je in lang niet zoo opgewekt gezien.»

Ik zweeg en ging mede. Toen wij rustig zaten, begreep ik welk een wijde afgrond er lag tusschen onze twee werelden, en welk een dwaas ondernemen de poging was die te overbruggen. Ik sprak langzaam:

— «Ja het is iets goeds, iets zeer goeds. Maar ik weet niet of het mij gelukken zal je dat te doen inzien.»

Lucia luisterde aandachtig en ik hield telkens een oogenblik op, tot zorgvuldig juist benaderen van 't verband dat ik zocht.