Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoo onomwonden mogelijk. Dat ik weet of het maar een voorbijgaande afdwaling van je is, of. . . erger. Dat ik weet wat ons te wachten staat — mij ... en onze kinderen.»

Bij deze laatste woorden begon haar stem te beven en kwamen de tranen.

Aarzelend — uit zorg goed begrepen te worden — hernam ik:

— «Van een voorbijgaande afdwaling heeft het niets. Als je het tegendeel daarvan «erg» noemt, dan is het zoo erg, als je je het maar voorstellen kunt, of erger ...»

— «O God!» snikte Lucia in haar zakdoekje. «Wie is het dan?.. Wie?.. Ken ik haar? —

— «Neen! je kent haar volstrekt niet?»

— «Niet?» — dit zeide ze met groote verbazing. «Woont ze in den Haag? Ken je haar lang? Is 't iemand van stand?»

— «Ze woont niet in den Haag, Lucia, maar in een klein provincie-stadje van Holland. Ik ken haar nog maar zeer kort, nog geen twee weken. Haar stand is ... menagère in een hotel, dus géén stand.»

Lucia zag op, met verrassing en verluchting op haar betraande gezicht.

— «O Vico! is het zóóiets? Maar dan,...» Ze hield in, peinsde, schudde het hoofd. En toen weer: «Hoe is 't mogelijk... Hoe is 't mogelijk? Wat zijn

Sluiten