is toegevoegd aan uw favorieten.

De nachtbruid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mijn dood. Mij ontbrak iets dat jij me nooit hebt kunnen geven.»

— «Arme man, maar waarom sprak je dan niet eerder. Waarom heb je mij niet gewaarschuwd?»

— «Omdat het nutteloos zou geweest zijn.»

— «Waarom? — Zeg me wat je ontbrak. Laat me beproeven je te geven wat je verlangt. Ik wil voor je doen wat ik kan. Wat is het? Wat heeft die ... andere, wat ik niet zou kunnen geven ? Kan ik niet verhinderen dat je zoo diep zinkt? Kan ik je niet uit die zonde opheffen? Het is nog maar twee weken, zeg je, datje haar kent — ben je dan in zoo korten tijd al zoo verloren? Laat me je helpen.»

Diep aandoenlijk was de blik van machtelooze goedwillendheid waarmee ze mij smeekend aanzag. En dieper mijn hopeloosheid om haar begrip te geven van wat er geschiedde.

— «Ik ken haar niet alleen nog maar zeer kort, Lucia, — maar zelfs heb ik haar nog maar twee malen gesproken, en nooit iets meer van haar aangeroerd dan ... haar hand. — En toch ...»

— «Wat?» zei Lucia, met hevige, blijde verbazing. «Is het niet meer? Een zielsvriendschap?»

— «Een ziels-liefde zou ik eerder zeggen.» —

— «Met een hotel-juffrouw? — Ik geloof je, Vico, je liegt niet, ik ken je als man van eer. Mannen

20