Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Elsje wachtte' mij op aan den trein en wij hadden een lang gesprek, waarin ik voor 't eerst ondervond welk een zegen het is zich vrij te kunnen geven, zichzelven te toonen zooals men het liefst verlangt te zijn, niets terug te houden uit vrees mis-verstaan te worden, ook al uit men zich maar met dezelfde beperkte middelen als altijd, tegen een mensch met dezelfde beperkte bevattingsvermogens als alle menschen. Want hier was de oneindige liefde met haar wondere vertolkingsmacht, die het gebrekkige aanvult, en uit een paar hulpelooze woorden een groot gebouw van begrip en verstand weet samen te stellen, omdat het schoone plan in spreker en verstaander door hooger wijsheid al van te voren is ontworpen, en niets van 't verstandsmateriaal wordt gebruikt en toegepast of 't moet in harmonie zijn met dat vaste ontwerp.

— «Ik heb thuis over ons gesproken, Elsje.»

— «Met wie?»

— «Met haar die de wereld mijn vrouw noemt, de moeder van mijn kinderen.»

— «Hoe heet ze?»

— «Lucia».

Nadat ik dit zoo gezegd had, heb ik mij toch nog wel menigmalen versproken en van «mijn vrouw» gepraat. Maar Elsje nooit, ook niet een enkelen keer.

Sluiten