is toegevoegd aan uw favorieten.

De nachtbruid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— «Zou je gezondheid er onder lijden, als je 't armer had?» vroeg Elsje naïef-zakelijk, en volkomen ernstig, hoewel de vraag mij bijna ironisch klonk. Ik had weer, zeer ontactisch, mijn zwakste argument voor 't laatst bewaard.

— «Dat niet!, dat niet!... maar ik ben misschien al te veel verwend ... ik zou de gansche wereld tegen mij krijgen ... en ik weet niet... of dat alles ...» —

Ik voelde dat ik verkeerd ging, zoodoende zou ik terecht komen bij eigen twijfel aan de zelfverloochenende macht van mijn liefde. Elsje hielp me er uit.

— «Mag ik nu ook heel vrijuit tegen je spreken? — ja ? — Hoor dan! Ik ben zoo overstelpt, zoo overweldigd door het groote wat ik van je krijg, zoo plotseling en zoo verblindend, dat je nu niet van me verwachten moet dat ik ineens goed zal oordeelen. Het lijkt me belachelijk dat ik niet tevreden zou zijn met 't minste wat je me geven wilt, nu ik zoo oneindig meer krijg dan ik ooit had kunnen hopen of verwachten. Al zag ik je nooit weer, na van avond, dan zou ik je toch eeuwig dankbaar zijn. Maar vergeef me als ik in jouw moeielijkheid te veel naar mezelve oordeel. Het leed om je kinderen, daar kan ik in komen. Maar al het andere begrijp ik niet, dat is me vreemd, tegen mijn natuur. Om de wereld en om 't geld zou ik niet denken, ik ken die dingen niet, en weet hun macht niet. Ik