is toegevoegd aan uw favorieten.

De nachtbruid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

achtte hen niet meer dan keffende hondjes, en de wilde driften werden nu getemd omdat de hand van den meester vast was geworden, en hij wist wat hij wilde.

Mijn droomen verhieven zich tot den vorigen glans, en voor de eerste maal in mijn leven had ik iemand om ze aan mede te deelen. Ik zag Emmy in mijn droom nog wel, maar niet zoo vaak, en het zal niemand verwonderen te hooren dat Elsje daar niet jaloersch van was en mij verzocht van haar te vertellen. Ook vroeg Elsje mij, of ik haar zelve nogmaals roepen wilde. En ik deed dat en zag haar, en Elsje hoopte zeer dat zij daar iets van bemerken zou.

Maar hoezeer ik dat ook zou gewenscht hebben, en hoeveel aardiger en overtuigender dat voor haar en u, lieve lezer, zou geweest zijn, de waarheid is dat zij er nooit iets van bemerkt heeft, of liever, om nauwkeurig te zijn, dat zij er zich nooit iets van herinnerde. Ik voor mij had zulke evidentie niet noodig. Ik heb sterker evidentie gekregen door vreemden, die mij lieten weten, zonder dat ik hen ooit iets van mijn droomen verteld had, dat mijn roepen gehoord was — maar dat behoort alles tot de wetenschap van het bovenzinnelijke, die op algemeener navorsching wacht en waarover ik u, lieve lezer, in andere geschriften aanwijzing geef.

Van Lucia leefde ik nu gescheiden, hoewel voor de